Groep 7-8 De Hugo - Werkstuk/boekenpraatje


Waar moet je op letten bij het voorbereiden van je boekenpraatje of werkstuk?

Boekenpraatje

Waar moet je op letten bij het voorbereiden van een boekenpraatje:


- Kies een boek wat je HELEMAAL gelezen hebt.
(Dit klinkt logisch, maar toch gebeurt dit niet altijd)

- Vertel waarom je het boek gekozen hebt.

- Vertel in het kort waar het boek over gaat.

- Vertel iets over de hoofdpersonen.
(Probeer te vertellen wat voor personen het zijn)

- Vertel iets over de schrijver en of deze schrijver veel (bekende) boeken geschreven heeft. Als het een boek een deel is uit een serie, vertel daar dan wat over.

- Lees een stukje voor.

- Zorg dat je de tekst uit je hoofd kent, kijk zoveel mogelijk de klas in. Bij het voorlezen van een stukje uit het boek is dit natuurlijk niet echt nodig!



Bereid alles goed voor.







Werkstuk

Alles rondom het maken van een werkstuk. Je maakt elk jaar minimaal 3 werkstukken, zodat ze in je rapport genoteerd kunnen worden. Drie weken voordat je rapport meegaat.



- Kies een onderwerp dat bij je past waar ook boeken over zijn, zodat je vooruit kunt als je niet achter de computer zit.

- Schrijf de informatie duidelijk op, maak er je eigen verhaal van. Dus je gaat niet alles letterlijk kopiëren van internet of overschrijven of overtypen.

- Je zoekt plaatjes in boeken, tijdschriften of van internet. Als je iets wil laten kopiëren, haal je bij de juf een plakbriefje. Ik zal het dan later voor je kopiëren. (Dus niet zelf!)

- Als je tekeningen maakt, zorg er dan voor dat die er netjes en goed uitzien.

- Je maakt een kaft, met plaatjes, tekeningen en de titel. Vergeet je naam niet! Zorg dat dit er netjes uitziet, want dat is het eerste wat mensen zien als je jouw werkstuk bekijken.

- Als je eenmaal op de computer aan het werk gaat let dan op: lettertype (niet steeds een andere gebruiken), grootte van je letters, spelfouten.

- Het werkstuk wordt thuis uitgetypt.

- Lees je werk nog eens door voordat je het inlevert.

Klik voor het woordweb!

De opbouw van je werkstuk:

1. Inleiding Waarom heb je dit onderwerp gekozen.

2. Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2:

3. Hoofdstukken Zorg ervoor dat je minimaal 4 hoofdstukken hebt.
Ze hoeven niet per se erg lang te zijn, maar wel verschillend van inhoud.

4. Nawoord Je schrijft ook een nawoord, daarin vertel je wat je ervan vond en wat je geleerd hebt. Schrijf hier ook in waar je de informatie vandaan hebt.


Veel succes!!

Belangrijke punten groep 7:
- Je werkstuk en spreekbeurt hebben een ander onderwerp
- Je werkstuk mag niet over een (huis)dier gaan. 
- Je werkstuk mag niet over een persoon gaan.

Belangrijke punten groep 8:
- Je werkstuk en spreekbeurt hebben een ander onderwerp
- Je werkstuk gaat niet over een (huis)dier. Je werkstuk gaat niet over een persoon.